english/engels
In deze ruimte bevindt zich een foto slide gemaakt met Flash. Maar u leest dit wat betekent dat u niet de laatste Flash Player heeft.
U kunt de foto's bekijken door op menuitem : Fotoboek te klikken, u krijgt dan van alle foto's een kleine versie te zien, waarop u kunt klikken om daar weer een grotere versie van te bekijken.
U kunt ook de goede Flash PlugIn voor u browser installeren. Klik hier en installeer de FlashPlugIn.

MONUMENT TE LOPPERSUM

De onthulling van de steen bij de oude Joodse begraafplaats in Loppersum, op de hoek van de Molenweg en de Schepperijlaan, vond plaats in aanwezigheid van Opperrabbijn B. Jacobs op 10 juni 2013 om 11.00 uur.

Hier werd van 1863 tot 1886 een gepacht stuk grond als Joodse begraafplaats gebruikt, hoewel dit nu niet meer als zodanig herkenbaar is. De stenen van de 23 personen die hier liggen, zijn verdwenen. Voor meer info, zie het item begraafplaatsen en dan de pagina Loppersum.

Interview met de heren de Vries en Fokkens.

Een rioolput, een gedeukte weg en een haag van coniferen bepalen nu het straatbeeld waar ooit in Loppersum de joodse begraafplaats was. De eeuwige rust van 23 zerkloze joden gaat al decennialang ongemerkt aan de inwoners voorbij. Een actiecomité wil daar een einde aan maken. Het zamelt geld in voor een gedenkteken waarop de namen van de overledenen komen te staan.

René de Vries uit Delfzijl ontdekte tijdens een onderzoek naar joodse begraafplaatsen het bestaan van de verdwenen dodenakker op de hoek van de Schepperij en de Molenweg. De overledenen liggen voor een deel onder een grijze, grauwe weg met gaten. De begraafplaats bevindt zich ook onder een grasveldje met een rioolput en een tuin.

De begraafplaats bestond van 1863 tot 1883. De eerste jood kwam hier begin 19e eeuw wonen. De gemeenschap groeide en groeide. Eerst werden de doden nog in Appingedam begraven. Later konden ze een stuk grond van de gemeente huren op basis van eeuwigdurende pacht. Maar 'eeuwigdurend' werd twintig jaar. De gemeente wilde de grond blijkbaar verkopen, zodat ze er wat aan kon verdienen.

Zulks geschiedde. De joodse gemeenschap kreeg een plekje op de algemene begraafplaats toegewezen. Dit kostte haar 150 gulden. De gemeente kwam hun tegemoet met een subsidie van 100 gulden. Ze verkocht de dodenakker vervolgens doodleuk voor 500 euro. De nieuwe eigenaar liet op het terrein een huis bouwen. De Vries: "De gemeente beloofde onder meer dat de bestemming van de begraafplaats niet zou veranderen."

Tussen 1883 en 1991 werd het terrein nog acht keer verkocht. De gemeente is nu weer de eigenaar. Met de zerken verdween ook de herinnering aan de begraafplaats. De doden liggen er echter nog steeds, want joodse graven mogen niet worden geruimd. Op de nieuwe begraafplaats van de joodse gemeenschap is ook een gedenksteen ter nagedachtenis van Hendrikje Meijers Cohen geplaatst. Uit onderzoek van De Vries blijkt dat die nog steeds op de oude begraafplaats ligt. Zo ontstaat er steeds meer verwarring.

De Vries vormt samen met Willem Fokkens, beheerder van joodse begraafplaatsen, en enkele anderen een commissie. Die heeft als doel om een gedenksteen bij de begraafplaats te plaatsen. Fokkens: "We hebben alle namen en geboorte- en overlijdensdata verzameld. Die willen we op de steen zetten."

De steen kost 4500 euro. Een deel van het geld is al binnen. "Maar we hebben nog wel wat nodig", zegt Fokkens. " De plannen zijn voorgelegd aan de gemeente Loppersum. Er is nog geen groen licht, maar ze lijkt hiermee in te kunnen stemmen."


Stage Dollard-college Winschoten

JAARVERSLAG 2012-13 

Het bestuur heeft zich in het afgelopen anderhalf jaar bezig gehouden met de volgende zaken:

Eind oktober 2012 was de feestelijke uitreiking in de synagoge te Groningen van het boek “Joodse Groningers. Een mozaïek” , geschreven door René S. de Vries.

In november van dat jaar vond een herdenking plaats bij het monument in Ter Apel van de gedeporteerde plaatsgenoten.

In begin 2013 is de vertaling in het Engels van de website dankzij Carla da Silva gereed gekomen.

De heren de Vries en Fokkens hebben hun bemoeienissen voltooid gezien in het onthullen van het monument in Loppersum, op de plaats waar eens de oudste begraafplaats was; dit was op 10 juni 2013.

Op 18 juni 2013 begeleidde de heer Fokkens een stage van leerlingen van het Dollard-college uit Winschoten, waarin de begraafplaats aan het St. Vitusholt een opknapbeurt kreeg.

Zo waren in de zomer ook onze vrijwilligers van de Stichting Boete en Verzoening bezig in Stad en Appingedam, en een landelijke groep in de provincie.

De heer Fokkens is een onderzoek gestart in de bodem bij De Maten (Ter Apel) op zoek naar sporen van zerken.

Het overleg met de Stichting Groninger Kerken is gestart om de metaheer op de begraafplaats te Appingedam te restaureren.

Met de gemeente Oude Pekela is gesproken over de joodse begraafplaats, die overwoekerd wordt door een haag coniferen; de Stichting Aanpakkers uit het dorp zullen deze snoeien en stenen gaan repareren dit jaar.

Ook zijn we gestart met het reorganiseren van de archieven, die bij bestuursleden thuis liggen om ze daarna onder te brengen bij de Groninger Archieven.

 


Boete en Verzoening in Stadskanaal

De eenzaamheid doorbroken,  

door Marcel Looden, in het Dagblad van het Noorden, d.d. 22 nov. 2012

In Groningen staan, vaak aan de rand van dorpen, duizenden grafzerken. Daaronder liggen joodse mannen, vrouwen en kinderen. Die zerken staan nu ook, na een monnikenwerk van jaren, op de website van de Stichting Historie Joods Groningen. Daar is Willem Fokkens blij mee, deze 72-jarige inwoner van Ter Apel is de voorzitter van de stichting. die tracht de geschiedenis van de joodse gemeenschappen in Stad en Ommelanden levend te houden.

"We organiseren bijvoorbeeld lezingen, tentoonstellingen en busreizen. En we werken aan dat project met de joodse graven." Zo’n 4000 joodse graven zijn er in Groningen, verdeeld over 23 begraafplaatsen. De oudste zerken werden er eeuwen geleden neergezet, de jongste zijn van na de oorlog. "Meer dan tien jaar geledenwas er al de wens bij de stichting om al die graven in kaart te brengen, om alle gegevens op een database te zetten en op een website", vervolgt Fokkens. "René de Vries was toen voorzitter van de stichting. Toen al is dit monnikenwerk begonnen." Dat monnikenwerk hield in dat van al die graven de gegevens verzameld werden. "De oudste moesten vaak worden schoongemaakt om de teksten leesbaar te maken, die teksten moesten worden vertaald en dat viel bij die oudste graven niet mee, de voertaal daarop was Jiddisch. We hebben al dat werk met vrijwilligers gedaan en veel hulp gehad van De Very Mestdagh Stichting en de Stichting Boete en Verzoening."

En nu dan zit de klus erop en staan de gegevens van die al graven op de website www.historiejoodsgroningen.nl. Via een plattegrond kun je op alle begraafplaatsen en zo bij een database terecht komen. Als je bijvoorbeeld naar Ter Apel gaat en de naam Kropveld intikt, zie je dat er meer mensen met die naam op de begraafplaats liggen. "De gegevens van al die personen staan op de database, foto’s van al die graven staan ook op de site", vertelt Fokkens. "Iedereen kan nu al die gegevens zien, dat was onze wens." Hij heeft ook dewens dat organisaties elders in het land hetzelfde doen. "Het zou prachtig zijn dat zo veel meer joodse graven bekend worden en dat de geschiedenis van de joodse gemeentes op die manier levend blijft." Groningen had ooit veel van die gemeenten, killes. Die in de stad Groningen en in Winschoten waren groot, elders bloeiden ze ook. Die gemeenten hadden de begraafplaatsen in eigendom, vaak stonden de zerken aan de rand van dorpen. De gemeentebestuurders hadden ze vaak het liefst daar. "En de grond was daar goedkoper, de joodse gemeenten hadden niet veel geld", weet Fokkens. Veel van die begraafplaatsen liggen nog altijd aan de rand van dorpen. Mede daarom hangt de geur van eenzaamheid boven al die zerken. Die geur hangt er ook omdat er niet zo veel bezoekers komen, omdat er niet of nauwelijks meer begraven wordt. De oorlog en de Holocaust hebben dat op hun geweten. Maar er is nu de database op de website waardoor al die graven door de wereld gaan. Hun eenzaamheid is een beetje doorbroken.

TER APEL

Op woensdag 28 november 2012 is herdacht, dat de laatste joden in Ter Apel zijn weggevoerd.
er waren 110 volwassenen en 60 scholieren bij aanwezig; het is vooral belangrijk dat de jeugd hierbij betrokken was.

BOURTANGE

NIEUW BOEK

René de Vries (1932-) is een verteller van verhalen. Naar goed joods gebruik wil hij die verhalen doorgeven aan volgende generaties. Twintig jaar lang verzamelde hij materiaal, vaak gebaseerd op mondelinge overlevering, over zijn kleurrijke familie en andere, soms notabele, joodse Groningers. Hun levensverhalen plaatste hij in een historisch kader.

Zo ontstond een bijzonder boek, afwijkend van de grote stroom publicaties over joods Groningen die in de afgelopen jaren is verschenen. Het taalgebruik is eenvoudig gehouden zodat het ook geschikt is voor jeugdige lezers. Het boek gaat niet uit van historische analyses, maar schept wel een levendig en gedifferentieerd tijdsbeeld dat zich over drie eeuwen uitstrekt. De auteur is persoonlijk aanwezig, geeft commentaar en kleurt af en toe in waar de historische bronnen hem in de steek laten.

De hoofdrol is voor ‘gewone mensen’, en hun leven van alledag. Mét hun sores en successen, het vermogen om te incasseren en opnieuw te beginnen. Zo is het motto van de familie De Swaan: ‘Feest moet je maken, sores komen vanzelf ’. En indrukwekkend is de reactie van de moeder van René de Vries, die na de Tweede Wereldoorlog, als berooide weduwe, tegen haar kinderen zegt: ‘Dan beginnen we toch gewoon opnieuw’.

De zeventien hoofdstukken van deze publicatie gaan vergezeld van beknopte geneagrammen, wat aantrekkelijk is voor genealogen. Joodse Groningers waren dikwijls in de zoveelste graad familie van elkaar, gemengde huwelijken waren destijds zeldzaam.

Tenslotte: de auteur neemt ons mee naar lieux de mémoire: zoals begraafplaatsen in de stad en de provincie, woonhuizen in Appingedam, waarin ooit een synagoge of een Joods ritueel bad gevestigd waren, herinneringsmonumenten voor hen die werden weggevoerd. Daarmee wordt het besef van verwevenheid van stad en provincie Groningen met hun joodse ingezetenen nog eens geïllustreerd.

Prijs € 27,50 (excl. verzendk.)  Omvang 152 pagina’s, 21 x 28 cm, paperback, uitvoering geheel full-colour.                                                 ISBN 978.90.6148.185.0 - NUR-code 680

De 1e druk is uitverkocht, aan de 2e druk wordt gewerkt.

Belangstelling?           

Stuur een mailtje naar de schrijver: R.S. de Vries, rsdevries@home.nl , Abel Tasmanplein 1, 9934 GD, Delfzijl, 0596-650799.      

OUDSTE JOODSE BEGRAAFPLAATS IN DE STAD

Er zullen niet veel stad-Groningers zijn die weten waar de Botermolendrift is. Deze naam is kortgeleden gegeven aan het straatje dat tussen het Boterdiep en de Bloemsingel ligt. De oorspronkelijke naam is echter Jodenkamp. Aan deze naam is een eeuwenoude geschiedenis verbonden die teruggaat tot 1747. In dat jaar kreeg de Joodse Gemeente te Groningen het recht om op de Ebbingedwinger – onderdeel van de toenmalige stadswal - een begraafplaats in te richten. Voordien moesten de Joden uit de stad hun doden ter aarde bestellen op Joodse begraafplaatsen in de provincie, zoals in Appingedam. De nieuwe Joodse begraafplaats kreeg de naam Jodenkamp en was berekend op 1300 à 1400 graven. Zover is het echter nooit gekomen, omdat in 1826 een zware epidemie uitbrak, een combinatie van tyfus en malaria, waaraan een tiende van de Groningers stierf. Al eerder was erop aangedrongen om uit hygiënisch oogpunt het begraven bij kerken en op kerkhoven in de stad te verbieden en nu kwam het er eindelijk van. In 1827 werd de Jodenkamp gesloten en kregen de Joden een deel van de nieuwe Noorderbegraafplaats aan de huidige Moesstraat, toen nog buiten de stadsmuren gelegen.

Chemisch Laboratorium

Intussen werd de Jodenkamp langzamerhand aan het oog onttrokken door nieuwe bebouwing aan het Boterdiep en de Bloemsingel en vooral door de grote Gasfabriek uit 1854 en het Chemisch Laboratorium van de universiteit. In 1954 wilde de universiteit het laboratorium uitbreiden en dat kon alleen op de naastgelegen Jodenkamp. Met toestemming van het opperrabbinaat en onder rabbinaal toezicht zijn de graven overgebracht naar de begraafplaats aan de Moesstraat.

Gedenkteken

In het begin van deze eeuw ontwierp de gemeente een plan voor een nieuwe woonwijk op het zgn. CiBoGa-terrein (CIrcus-, BOden- en Gasfabriek-terrein). De nu gerealiseerde nieuwbouw staat deels op het terrein van de voormalige begraafplaats. Om de plek van deze oudste Joodse dodenakker te memoreren, heeft de Stichting Historie Joods Groningen het initiatief genomen een gedenkteken te laten vervaardigen. Dit monument dat door beeldend kunstenares Bettina Furnée is ontworpen, werd op 13 mei feestelijk onthuld door Drs. T. Schroor, wethouder Cultuur van de Gemeente Groningen. Daarnaast was een kleine expositie te bekijken in het Paleis, het voormalig Chemisch Laboratorium. De uitgebreide geschiedenis over de Jodenkamp en het gedenkteken is na te lezen in een publicatie van  de Stichting Historie Joods Groningen.

 Publicatie: “Het Huis des Levens”, div. auteurs. Verkrijgbaar bij de secretaresse, de VVV Groningen, DIA-informatiecentrum gemeente Groningen, OB Boteringestraat, synagoge Folkingestraat, het Paleis in het Ebbingekwartier Groningen. 

het laatste nieuws uit 2012

In het voorjaar van 2012 kwam het gedenkteken voor de verdwenen Jodenkamp gereed, werd het theaterproject Sophia’s drawings gerealiseerd en zijn de werkzaamheden ten behoeve van de  website van de Joodse begraafplaatsen nagenoeg afgerond. 

Het gedenkteken

Sinds een aantal jaren is op het vroegere CiBoGa terrein aan het Boterdiep een nieuwbouwwijk in aanbouw, het Ebbingepoortkwartier. De naam herinnert aan de Ebbingepoort en de Ebbingedwinger, onderdeel van de voormalige zeventiende-eeuwse vestingwerken. Deze Ebbingedwinger is ook nauw verbonden met de joodse geschiedenis van de stad: in 1747 kreeg de joodse gemeente van het stadsbestuur toestemming hier een begraafplaats in te richten.  Deze was tot 1826, het jaar van de grote tyfus- en malaria-epidemie in gebruik en werd toen gesloten. De joodse ingezetenen konden daarna gebruik maken van een afgescheiden gedeelte van de begraafplaats aan de Moesstraat. De oude begraafplaats lag er sindsdien enigszins verloren bij. In 1954 wenste de universiteit haar laboratorium te vergroten en  na onderhandelingen met het stadsbestuur en de joodse gemeente werd tot ontruiming overgegaan. De menselijke overblijfselen werden opnieuw te ruste gelegd in de begraafplaats aan de Moesstraat. Dit ritueel herhaalde zich zeven jaar gelden toen skeletresten werden gevonden bij het bouwrijp maken van het CiBoGa  terrein. Onder rabbinaal toezicht vond toen een zorgvuldige herbegrafenis plaats.

De toenmalige bestuursleden van de SHJG Han Borg en René de Vries maakten zich sterk voor een gedenkteken, om zodoende de verwevenheid van de joodse gemeenschap met de Groningse stadsgeschiedenis zichtbaar te maken. In haar hoedanigheid als voorzitter van onze stichting heeft Simone  Mooij-Valk zich in de afgelopen jaren ingezet dit project gerealiseerd te krijgen. Zij introduceerde  de kunstenares Bettina Furnée en beraadslaagde met het CBK. Ook legde Simone Mooij zich toe op de fondswerving. Niet onvermeld mag blijven dat de gemeente Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen zich voortdurend zeer positief hebben opgesteld en dat het CBK alle denkbare ondersteuning heeft gegeven.


Bettina Furnée

Zij werd geboren in Den Haag en woont en werkt tegenwoordig in Engeland waar zij haar opleiding ontving van de bekende kunstenaar David Kindersley. Voordien had zij haar studie kunstgeschiedenis afgerond aan de Anglia Ruskin University te Cambridge. Als ‘letter carver’ ontving zij vele opdrachten van overheidsinstellingen, maar ook van het Victoria and Albert Museum. De benodigde teksten verzamelt Bettina zelf, of zij speurt ze op met behulp van locale historici. Voor het Groningse gedenkteken liet zij zich inspireren door  de tekst van voormalig stadsdichter  Ronald Ohlsen : ‘Dit is het huis van de gedachte muren’  en de jaartallen die met de begraafplaats verbonden zijn. Het krijgt een plek aan de Botermolendrift waar het visueel begrensd wordt door de muur van het Paleis- waar tegenwoordig de Groninger kunstenaars hun atelier hebben- en vermoedelijk eens de plek van de muur van de begraafplaats. Zo ontmoeten in een mooie symboliek heden en verleden elkaar; een symboliek die de kunstenares zeer aanspreekt.

Financiële steun

Het is verheugend dat er ruime financiële steun is verkregen om het gedenkteken te kunnen realiseren. 
Onze dank gaat uit naar:  de Gemeente Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen, Bouwbedrijf AM bv., Emmaplein Foundation, Joods Steunfonds, Mr. J.M. de Vey Mestdagh Stichting,  Stichting J.B. Scholtenfonds, Stichting Prins Bernhard Cultuurfonds en  enkele particulieren die doneerden. 

De eenzaamheid doorbroken,  

door Marcel Looden, in het Dagblad van het Noorden, d.d. 22 nov. 2012

In Groningen staan, vaak aan de rand van dorpen, duizenden grafzerken. Daaronder liggen joodse mannen, vrouwen en kinderen. Die zerken staan nu ook, na een monnikenwerk van jaren, op de website van de Stichting Historie Joods Groningen. Daar is Willem Fokkens blij mee, deze 72-jarige inwoner van Ter Apel is de voorzitter van de stichting. die tracht de geschiedenis van de joodse gemeenschappen in Stad en Ommelanden levend te houden.

"We organiseren bijvoorbeeld lezingen, tentoonstellingen en busreizen. En we werken aan dat project met de joodse graven." Zo’n 4000 joodse graven zijn er in Groningen, verdeeld over 23 begraafplaatsen. De oudste zerken werden er eeuwen geleden neergezet, de jongste zijn van na de oorlog. "Meer dan tien jaar geledenwas er al de wens bij de stichting om al die graven in kaart te brengen, om alle gegevens op een database te zetten en op een website", vervolgt Fokkens. "René de Vries was toen voorzitter van de stichting. Toen al is dit monnikenwerk begonnen." Dat monnikenwerk hield in dat van al die graven de gegevens verzameld werden. "De oudste moesten vaak worden schoongemaakt om de teksten leesbaar te maken, die teksten moesten worden vertaald en dat viel bij die oudste graven niet mee, de voertaal daarop was Jiddisch. We hebben al dat werk met vrijwilligers gedaan en veel hulp gehad van De Very Mestdagh Stichting en de Stichting Boete en Verzoening."

En nu dan zit de klus erop en staan de gegevens van die al graven op de website www.historiejoodsgroningen.nl. Via een plattegrond kun je op alle begraafplaatsen en zo bij een database terecht komen. Als je bijvoorbeeld naar Ter Apel gaat en de naam Kropveld intikt, zie je dat er meer mensen met die naam op de begraafplaats liggen. "De gegevens van al die personen staan op de database, foto’s van al die graven staan ook op de site", vertelt Fokkens. "Iedereen kan nu al die gegevens zien, dat was onze wens." Hij heeft ook dewens dat organisaties elders in het land hetzelfde doen. "Het zou prachtig zijn dat zo veel meer joodse graven bekend worden en dat de geschiedenis van de joodse gemeentes op die manier levend blijft." Groningen had ooit veel van die gemeenten, killes. Die in de stad Groningen en in Winschoten waren groot, elders bloeiden ze ook. Die gemeenten hadden de begraafplaatsen in eigendom, vaak stonden de zerken aan de rand van dorpen. De gemeentebestuurders hadden ze vaak het liefst daar. "En de grond was daar goedkoper, de joodse gemeenten hadden niet veel geld", weet Fokkens. Veel van die begraafplaatsen liggen nog altijd aan de rand van dorpen. Mede daarom hangt de geur van eenzaamheid boven al die zerken. Die geur hangt er ook omdat er niet zo veel bezoekers komen, omdat er niet of nauwelijks meer begraven wordt. De oorlog en de Holocaust hebben dat op hun geweten. Maar er is nu de database op de website waardoor al die graven door de wereld gaan. Hun eenzaamheid is een beetje doorbroken.

Het jaar 2009-2010

Bestuurssamenstelling- en wisselingen

Drs. Simone Mooij-Valk voorzitter, Brigitte Hekker secretaris, Piet Klugkist penningmeester en drs. Lies Ast-Boiten  en Warmolt Brouwer leden. Per 1 januari 2010 heeft Simone Mooij het voorzitterschap neergelegd. Zij wordt opgevolgd door Warmolt Brouwer. Per 1 december 2009 is Brigitte Hekker uit het bestuur gestapt om vrijwilligerswerk te gaan doen in Ethiopië. Zij is nog niet opgevolgd en het bestuur zoekt een vervanger. Voorlopig worden haar taken door de andere bestuursleden waargenomen. 

Activiteiten

De stichting werd geheel in beslag genomen door het project Joodse begraafplaatsen in de provincie Groningen. Vanuit de overtuiging dat deze begraafplaatsen een belangrijke culturele erfenis zijn die bewaard moet blijven, werd een tweeledig project opgezet: een publicatie en een expositie in de Folkingestraatsynagoge. Historica drs. Han Lettinck, bij uitstek deskundig door haar jarenlange arbeid ten behoeve van de De Vey Mestdagh Stichting, werd bereid gevonden het boek te schrijven. Redactioneel werd zij bijgestaan door Simone Mooij en Lies Ast. De landelijk gerenommeerde fotograaf Robert Mulder maakte de bijzonder sfeervolle foto’s. Uitgeverij Profiel nam de uitgave op zich. Uitgave noch tentoonstelling waren mogelijk geweest zonder de royale financiële steun van de Groninger culturele fondsen en enkele Joodse fondsen. Het bestuur is hiervoor zeer erkentelijk. Aan het boek hebben bijgedragen het Huis van de Groninger Cultuur, de Maatschappij tot Nut der Israëlieten, de Stichting Markusfonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de stichting Levie Lassenfonds, het VSB Cultuurfonds en de Stichting J.B. Scholtenfonds. Op 1 oktober 2009 werd het eerste exemplaar van het boek Klein en groot zijn daar gelijk. De joodse begraafplaatsen van de provincie Groningen uitgereikt aan de Commissaris van de Koningin, de heer Max van den Berg. Ook mevrouw Bep Koster, voorzitter van de Nederlands Israëlitische Gemeente  te Groningen en de heer René de Vries oud-voorzitter van onze stichting, ontvingen een boek. 

-------------------------------------------------------------------------------------------

17 januari 2010. Muzikale lezing met lichtbeelden door Carla da Silva zang, begeleid door Bunna Arends. Carla da Silva toonde aan dat klezmer nog altijd springlevend is.

20 april-30 mei  Expositie ‘Klein en groot zijn daar gelijk’ in de Folkingestraatsynagoge. De expositie die door zo’n 1000 bezoekers werd bezocht, werd geopend door de Commissaris van de Koningin, Max van den Berg. Deze fototentoonstelling van het werk van Robert Mulder trok ruime aandacht van de pers. Twee geslaagde en voltekende bustours langs Joodse begraafplaatsen n de provincie Groningen werden georganiseerd in samenwerking met de St. Oude Groninger Kerken. De expositie werd financieel mogelijk gemaakt door de stichting Levie Lassen en het VSB Cultuurfonds. 

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Plannen voor de toekomst 

Na een gedwongen stilstand beginnen onze plannen voor een monument op de plaats van de voormalige Joodse begraafplaats Jodenkamp in de nieuwe wijk Ebbingepoort nu vaster vorm te krijgen. Lange tijd lagen de bouwwerkzaamheden stil, maar nu trekt de woningmarkt weer aan en zal naar verwachting de plaatsing van het monument in het voorjaar 2012 plaatsvinden. Het ontwerp is van letterkunstenares Bettina Furnée. Zij ontwerpt kunstwerken voor de openbare ruimte en laat zich inspireren door de geschiedenis en de toekomst van de locatie waarvoor het kunstwerk is bedoeld. Bettina studeerde Kunstgeschiedenis in Nederland en ontving haar praktische opleiding in het handmatig bewerken van steen in Engeland in het atelier van de bekende letterkunstenaar David Kindersley. Zij woont en werkt tegenwoordig in Cambridgeshire (UK). Het is de bedoeling de bewoners van de nieuwe wijk nauw bij de ingebruikneming van het monument te betrekken. Zo zal aan alle bewoners een kleine publicatie ter hand worden gesteld waarin iets over de geschiedenis van de wijk en de betekenis van het monument valt te lezen en waarin ook aandacht wordt besteed aan de kunstenares. Het project wordt gefinancierd door de Gemeente Groningen, de Maatschappij AM Vastgoedontwikkeling, De Rijksuniversiteit Groningen, de Stichting Emmaplein Foundation, het J.B. Scholtenfonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds en enkele particuliere giften. 

-------------------------------------------------------------------------------------------

Externe contacten    

Lies en Warmolt hebben meegewerkt aan de documentaire van Blauwe Stad TV over de begraafplaats van Winschoten. Deze werd tijdens de tentoonstelling vertoond.

Simone is namens het bestuur op 19 september 2010  in de Hollandse Schouwburg aanwezig geweest bij de presentatie van het nieuwe Digitaal monument Joodse Gemeenschap in Nederland.
Simone en Warmolt waren aanwezig bij de opening van de tentoonstelling Joods Leven in de Obergumer sjoel te Winsum.
Warmolt Brouwer representeerde het bestuur bij de onthulling van het Joods Monument op 21 maart 2010 te Bellingwolde. Eveneens was hij aanwezig bij de onthulling van het monument ‘De laatste blik’ in Nieuweschans op 4 mei daaropvolgend. 
Op 10 oktober 2010 was het voltallige bestuur present bij de boekpresentatie van de De Vey Mestdagh Stichting die met het boek over de Joodse gemeenschap van Winschoten en haar begraafplaats aldaar de imposante serie publicaties afsluit over de Joodse begraafplaatsen en gemeenschappen in de provincie Groningen. De dames Boon en Lettinck, de stuwende krachten achter deze onderneming,  ontvingen veel lof voor hun jarenlange  inzet. Onze stichting heeft van beide dames alle hulp gekregen bij het realiseren van onze eigen projecten. 

 ---------------------------------------------------------------------------------------------


begraafplaats Nieuweschans

Nieuw boek over Joodse begraafplaatsen: 

‘KLEIN EN GROOT ZIJN DAAR GELIJK, DE SLAAF IS VRIJ VAN ZIJN HEER’

 

Op 23 november 2009 zijn de eerste twee exemplaren van dit boek op een feestelijke, goed bezochte bijeenkomst uitgereikt aan Max van den Berg, Commissaris van de Koningin, en Rene de Vries, beheerder van de database begraafplaatsen op deze website.

De titel is ontleend aan het Boek Job (3:19). Het is typerend voor het onderwerp: in de dood en op de begraafplaats is iedereen gelijk. Dit bijzondere, rijk geïllustreerde boek geeft een overzicht van de 23 Joodse begraafplaatsen in de provincie Groningen. Het vormt de opmaat van de tentoonstelling met hetzelfde thema die in mei 2010 te zien is in de Folkingestraat synagoge te Groningen.

Auteur is historica drs. Han Lettinck, bekend van haar werk voor de De Vey Mestdagh Stichting. De foto’s zijn van fotograaf Robert Mulder die zijn sporen heeft verdiend in het documenteren van het godsdienstig leven in Nederland. Het boek komt uit onder auspiciën van de Stichting Historie Joods Groningen en wordt uitgegeven door Profiel te Bedum. ISBN 978 90 5294 4722. Het is te koop vanaf november 2009 voor de prijs van € 18,75.

 

Stenen archief

In het boek worden een voor een de begraafplaatsen gekarakteriseerd en wordt de bijzondere ligging, bijvoorbeeld op de vestingwallen van Nieuweschans of in een pastorietuin zoals in Bellingwolde beschreven. Aan de orde komen ook het ontstaan en de moeilijkheden die de plaatselijke kille in sommige gemeenten had om toestemming te krijgen een eigen begraafplaats in te richten. De versiering en symboliek op de grafstenen zijn een belangrijk cultureel erfgoed evenals de grafteksten. Zij vormen een 'stenen archief' dat veel kan vertellen over de 'Verdwenen Mediene' en de mensen die er hebben geleefd. Ook de gebruiken rond overlijden en begraven worden uitvoerig besproken.

 

Joods leven in Groningen

Een bijzondere waarde ontleent het boek aan de aandacht die wordt besteed aan het menselijk aspect van dit verleden. Van iedere begraafplaats wordt een aantal personen die daar ligt besproken. Het laatste hoofdstuk bevat bovendien een aantal levensschetsen van Stadjers. Zo ontstaat een beeld van de deelname en bijdrage van de Joodse bevolking aan de Groningse samenleving en hun verbondenheid daarmee. Aan de andere kant wordt een indruk gegeven van het leven in de kille. Zo komen aspecten als armenzorg, onderwijs, ruzies en rivaliteiten en feesten aan bod. Sommige verhalen over onderduiken, verraad en deportatie zijn aangrijpend, andere getuigen van hulp die dorpsgenoten die in gevaar verkeerden, hebben gegeven. Zo geeft dit boek niet alleen een overzicht van de Joodse begraafplaatsen, maar ook een inzicht in het vroegere leven van de Joodse gemeenschap in de provincie Groningen.

De Israëlische theatermaker Pablo Ariel, leider van het Galilee Multicutural Theatre heeft een theaterproject ontwikkeld voor kinderen rondom  de tekeningen van Sophia, of Fieke, zoals zij werd genoemd, Asscher. Zij was het jongste kind van de jonggestorven opperrabbijn Abraham Asscher en kinderboekenschrijfster Clara Asscher-Pinkhof. In het begin van de Tweede Wereldoorlog verlieten moeder en dochter Groningen en verhuisden zij naar Amsterdam. Daar schreef moeder Clara voor het Joods Weekblad en de begaafde Fieke, nog maar vijftien jaar oud, maakte illustraties. Later schreef zij ook zelf verhaaltjes waarbij ze tekeningen maakte. 

Een Groningse relatie kwam naar Amsterdam om te waarschuwen dat Clara en Fieke beter konden onderduiken. Moeder Clara weigerde, maar liet wel haar dochter opnemen in een onderduikpleeggezin. Moeder en dochter overleefden de oorlog om een nieuw leven in Israel te beginnen. 

De Stichting Historisch joods Groningen heeft de afgelopen tijd als trait d’union gefunctioneerd om het theatergezelschap naar Groningen te krijgen, waarbij zij steun kreeg van de Israëlische ambassade. Uiteindelijk is een samenwerkingsproject tot stand gekomen waarbij het Grand Theater en Polleke Wijnberg als productiecoördinator en Herman Meijer als coördinator van het Groninger Forum  zowel een aantal voorstellingen als de educatieve begeleiding hebben georganiseerd. Zowel de Hanze Hogeschool als de Rijksuniversiteit Groningen waren hierbij betrokken. De  voorstellingen in het Grand Theater waren op 17, 18 en 19 april van 2012.

Uit Het Joods Weekblad

Een bijzonderheid is dat Fieke’s dochter Efrat Hadany zich door haar moeders tekeningen heeft laten inspireren, zij schreef mee aan het script van de theaterproductie en treedt daar zelf in op.