| |
De
Joodse Begraafplaats aan de Moesstraat
Weerklank van een bewogen verleden |
| |
|

Aan het werk op de Joodse begraafplaats aan de Moesstraat.
|
Inleiding
Ik weet dat het vreemd klinkt om te zeggen dat een begraafplaats weer begint te leven zonder aan wederopstanding te denken. Toch krijg ik het gevoel dat het er levendig is, nu het geheel opgeknapt is en de namen weer te voorschijn zijn gekomen. In de zomer van 2003 is een aantal mensen van de werkgroep "Kerk en Israël" uit Bedum - onder auspiciën van de Stichting Boete en Verzoening - bezig geweest om de begraafplaats aan de Moesstraat op te knappen. Daarvoor is er een kleiner aantal mensen zeker wel een jaar aan het werk geweest om de voorbereidingen hiervoor te treffen. In de jaren zeventig zijn onder leiding van de heer De Vey Mestdagh, de toenmalige Rijksarchivaris, reeds een groot aantal stenen gefotografeerd. Door de renovatie zijn er naar schatting nog eens 700 stenen weer zichtbaar en leesbaar gemaakt. Hierdoor is een grote hoeveelheid nieuwe gegevens toegankelijk geworden. Een goede driehonderd stenen liggen nog onder het maaiveld te wachten op geofysisch onderzoek. |
| |
|

De Joodse begraafplaats aan de Moesstraat vanuit de lucht.


Samuel Jozef van Ronkel (foto Groninger archieven)
|
Een
wandeling over de begraafplaats
Doe bist een schelm! Klinkt het door mijn hoofd als ik op een grafsteen lees dat Philip van der Reis tijdens zijn leven lid was van de broederschap Bikkur Golim Kabraniem, welke zich bezig hield met de armen, de zieken en de gestorvenen. In het door E. Schut geschreven boek "De Joodse Gemeenschap in de stad Groningen" wordt zo mooi beschreven, hoe onze voorouders onenigheid kregen over de uitleg van een maatregel betreffende een sociale uitkering. Het conflict betrof de vraag: Moet er aan een weduwe of weduwnaar tijdens de Hoge Feestdagen ook een geldelijke bedrag worden toegekend? Er mag immers niet gewerkt worden! Dus kan er ook geen geld verdiend worden. Een voor ons geheel duidelijke situatie, geschoold in sociale vraagstukken als we zijn in deze tijd. Toen echter was er nogal wat verwarring over, wat leidde tot een denderende ruzie welke voor het gerecht eindigde. De drie gebroeders Perels uit de Haddingestraat werden voor hun slaande ruzie met Michael Cohen beboet. Het bedroeg een bedrag van ƒ 386. -- aan proceskosten, waarboven op nog eens een boete kwam van ƒ 12. - . Ook toen waren onze gerechtsuitvoerders kennelijk al dure jongens! Hadden ze geen ruzie gemaakt, dan hadden we zeker een stukje gemist van het zo kleurrijke en bonte leven van onze voorouders.
Ik loop naar het achterste gedeelte van de begraafplaats en bezoek het graf van Michael Cohen. Ik lees "Hij overleed in goede faam op zaterdagavond en werd begraven op zondag de 12e Cheswan van het jaar 5551 (1792)". Hieruit zou je kunnen concluderen dat die goede faam inhield dat hij bij zijn proces in 1786 volledig eerherstel heeft gekregen.
Teruglopend sta ik plotseling voor een halfafgebroken steen waarop de naam en overlijdensdatum nog goed leesbaar zijn, Samuel Zadok Blok! De grootvader van mijn opa, mijn betovergrootvader dus, geboren in 1808 te Workum, overleden 1896 te Groningen. In 1832 liep hij van Groningen naar Brussel om er tegen de Belgen te vechten. Er is nog een dagboek van die tocht. Dag voor dag wordt kort hierin beschreven hoe er gelopen werd. De soldij bedroeg in die dagen, inclusief gevarengeld, 9 ct. per dag! Niet slecht voor die tijd. Ik bezit nog een foto van hem, op hoge leeftijd genomen, waarop hij de erepenning van het Metalen kruis duidelijk zichtbaar en met gepaste trots draagt.
Verder lopend via de westelijke rand naar de eerste rij van de begraafplaats kom ik bij het piramidevormige graf van Samuel Jozef van Ronkel wat er geheel eenzaam bij staat. Al snel wordt deze naam verwisseld met die van zijn oudste zoon Jozeph Samuel,die in de 19e eeuw de afscheidingsbeweging "Teschuat Jisraël " in de Joodse Gemeente initieerde. Van hem vinden we een groot dubbelgraf op de eerste rij.
Samuel Jozef van Ronkel was een geleerde man. Hij wist het allemaal heel goed op een rijtje te zetten. Zo goed zelfs dat zijn andere zoon Philip zich liet smadden (dopen). Was dit een protest tegenover zijn geleerde vader, of was dit een zuiver religieuze kwestie? Later, pas veel later, werd dit mysterie alsnog op een zeer onverwachte wijze opgelost. Een voor mij vreemde man liep te zoeken op de begraafplaats. Op mijn vraag wat hij zocht antwoordde hij dat hij het graf zocht van Samuel Jozef van Ronkel. Ik heb hem dat getoond en vertelde hem over de relaties in de familie. Toen ik de veronderstelling uitte dat Philip Jozef zich uit protest tegen zijn strenge en zeer vrome vader had laten bekeren, weerlegde hij deze stelling en vertelde dat hij op dit onderwerp gepromoveerd was. Van verbazing dreigde ik achterover te vallen, maar uit nieuwsgierigheid wist ik mij met de hulp van een stevige grafsteen gelukkig staande te houden. Hij stelde zich voor als de heer "Van der Ploeg"en bleek hervormd predikant in Werkendam te zijn. De titel van zijn proefschrift bleek een geschrift uit de serie Messias belijdende Joden te zijn, getiteld "Vergeten eerstelingen - Philippes S. Van Ronkel". Hij heeft mij het boekje toegezonden, wat natuurlijk door mij als leesvoer verslonden werd. Ook heb ik de orginele geschriften van Philip van Ronkel in de Universiteitsbibliotheek er op nageslagen. Al met al een zeer interessante ervaring.
De aparte Sjoel die de gemeente in gebruik had, stond aan het Zuiderdiep naast de, o ironie, nog steeds bestaande feestartikelenwinkel van Mulder. Vele rekwesten heeft Samuel Jozef geschreven, ook voor het verkrijgen van een aparte begraafplaats voor zijn nieuwe gemeente in de stad Groningen. Het heeft niet zo mogen zijn. Ook hij is begraven aan de Moesstraat!
De naam Van Ronkel was moeilijk te achterhalen. De eerste Van Ronkel die in Nederland kwam was Jozef Philip (de vader dus van Samuel Jozef) zoon van Philip Jozef die gehuwd was met Geertje Hartog Asbach. Uiteindelijk kwam ik via deze naam - Asbach- op de plaats waar ze vandaan kwamen. De naam Asbach gaf me de gedachte van Asbach Uralt in het Lahn gebied, Duitsland. Aangezien men in het begin van de achttiende eeuw nog geen beschikking had over vervoer en communicatiemiddelen moesten de vrijers elkaar wel dicht bij huis kunnen vinden. En inderdaad, de plaats Runkel ligt op een steenworp afstand van Asbach. Later werd mijn vermoeden bevestigd door de overlijdensacte van Jozef Philip waarin duidelijk aangegeven werd dat de beide ouders reeds waren overleden in de plaats Runkel.
|
| |
|

De stenen spreken.
|
Hé, daar ligt een aparte steen! Het opschrift:
"Elias van der Zijl, geboren te Groningen den 10e Februari 1846.
Overleden in de Golf van Aden aan boord van het
stoomschip Telamon den 24e Juni 1886 en van
het eiland Perim naar hier overgebracht
den 2e Mei 1887."
De woorden moeten even bezinken en ik heb tijd nodig om me te realiseren wat hier gebeurd is. Toen Elias van der Zijl op 40 jarige leeftijd overleed, was het s.s. Telamon van de Stoomvaartmaatschappij Nederland te Amsterdam waarschijnlijk op de thuisreis van Indië naar Amsterdam. Het schip, juist vertrokken uit Aden waar het kolen had gebunkerd, zou voorlopig geen haven meer aandoen voor Port Said. Eerst moest het nog door de Rode Zee en het Suezkanaal heen voordat het in Port Said zou aankomen. Zeker nog 5 dagen varen. De kapitein zal geen loden kist aan boord hebben gehad - voorschrift om een stoffelijk overschot in te vervoeren - en kon er ook geen verkrijgen. Door de hoge temperaturen die er in de tussen twee woestijnen gelegen Rode Zee heersen, was er haast geboden. Terug naar de havenplaats Aden zou zeker meer dan een dag oponthoud opleveren. Het piepkleine eiland Perim, gelegen aan de ingang van de Rode Zee, had volgens de kaart een goede ankerplaats. De kapitein was er nog nooit geweest en het leek hem niet onmogelijk om het stoffelijk overschot van Elias van der Zijl daar voorlopig te begraven.
Het zal hem heel wat overredingskracht en geschenken, ook van financiële aard, hebben gekost om de lokale autoriteiten te overtuigen van de noodzaak om daar het stoffelijk overschot te mogen begraven. Een halve dag oponthoud zal er zeker geweest zijn. Dit alles moest natuurlijk wel bij de rederij verantwoord worden. Vandaar dat hij redelijk royaal in zijn geschenken geweest is. Immers, nog langer oponthoud zou de rederij aanzienlijk meer geschaad hebben dan de bakshis (aalmoes) voor de lokale overheden op het eiland Perim!
Op de eerste rij ligt het graf van Roosje Pinto. Zij was getrouwd met ene meneer Chinasappel. Deze schrijfwijze stamt uit de tijd dat men nog dacht dat de sinaasappel uit China kwam. Ook vaker vinden we die naam op de begraafplaats terug, maar dan wel geschreven met een S - Sinaasappel dus.
Geschiedenis
De geschiedenis van de begraafplaats aan de Moesstraat is niet los te zien van de geschiedenis van de andere begraafplaatsen in de stad Groningen. Alleen al het feit dat achteraan de stenen staan van de begraafplaats aan de Jodenkamp (zie foto) geeft aan hoe verweven die geschiedenis is. In 1954 heeft men deze stenen overgebracht van de Jodenkamp naar de Moesstraat. Was er dan nog ruimte aan de Moesstraat? Kennelijk wel. Ook staat vast dat er tijdens de tweede wereldoorlog nogal wat vernielingen zijn aangericht. |
| |
|

Poort van het voormalig Jodenkampje.

Groningen Jodenkampje, joodse begraafplaats.
|
1747-1827 : De begraafplaats aan de Jodenkamp doet dienst als begraafplaats voor de in 1744 opgerichte Joodse Gemeente. Aanvankelijk was er geen begraafplaats alhoewel men er wel een plaats voor aangewezen kreeg. Er werd niet ingegaan op het aanbod van de Gemeente Groningen in de dertiger jaren van die eeuw. Misschien stond de plek de mensen niet aan, misschien te arm of te zuinig? We kunnen er slechts naar gissen. Wel weten we dat er soms vanuit de stad Groningen begraven werd in Oude Pekela, Delfzijl of Leeuwarden. Pas in 1747 werd deze begraafplaats in gebruik genomen. Toen de stad wat groter en drukker werd, de begraafplaats was toen al lang gesloten, heeft men er een muur omheen gebouwd om de eeuwige rust te verzekeren en de begraafplaats voor vernielingen te behoeden. Dit was in 1895. Helaas heeft dit niet mogen baten. In 1954 moet de begraafplaats geruimd worden.
1827-1906 : De begraafplaats aan de Moesstraat is in gebruik. Het is een onderdeel van de Noorder Begraafplaats van de stad Groningen. Er loopt een middenpad doorheen. Meestal begint men van hieruit te begraven. Met zekerheid kunnen we dat nog niet zeggen, omdat de gehele begraafplaats nog niet helemaal in kaart gebracht is. Later wordt er een Metaheerhuisje (reinigingshuisje) gebouwd, wat er nog steeds staat. Achteraan op deze begraafplaats is in 1954 een ruimte gecreëerd waar de stoffelijke resten van de Jodenkamp zijn neergelegd. In een Carré er omheen heeft men de matzeiwoth (stenen) geplaatst welke overgebracht zijn van de Jodenkamp. Dit compleet met toegangshek waarvan bijgaande foto. Er staan nog 53 stenen, in redelijk goede staat en geheel opgeknapt en geschilderd, te bewonderen. Daar de kunstschilder Henk Helmantel uit Westeremden ook in de bovengenoemde werkgroep actief heeft mee geschilderd, kun je stellen dat er een aantal echte Helmantels bij staan!
1906-heden : Gelijk met de nieuwe sjoel neemt men de nieuwe begraafplaats in gebruik. Toen nog Winsumerstraatweg, thans Iepenlaan genoemd, tegenover de Selwerderhof.
Er is een Metaheerhuisje - je mag wel zeggen Metaheerhuis - gebouwd en later ook een woning bij gezet. Het Metaheerhuis heeft zelfs een apart gedeelte van waaruit Cohaniem de dienst kunnen bijwonen. In de zomer van 2002 is het Metaheerhuis geheel gerenoveerd.
Men moet zich wel realiseren dat de begrafenissen van de overledenen zich niet aan bovenstaande jaartallen van opening en sluiting gehouden hebben. Er is een groot aantal overgangen geweest tengevolge van leden die begraven wensten te worden op dezelfde plaats als hun eerder overleden familie. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het graf van Estella Gerzon-Schaap dat aan de Moesstraat ligt, waar ze is begraven op 26 juni 1944!
De oudste grafsteen daar aanwezig is van Mindele, dochter van Izaak, overleden op 8 mei 1747. Er ligt hier dus op de begraafplaats aan de Moesstraat, een geschiedenis van tweehonderd jaar Groninger Jodendom in steen uitgehouwen. De steenhouwer Dinks heeft, in de negentiende eeuw, een niet onbelangrijk deel hiervan voor zijn rekening genomen.
Epiloog:
Zoals ik reeds eerder opmerkte wordt de begraafplaats nu in kaart gebracht en zijn we bezig om de nog niet in beeld gebrachte stenen alsnog te fotograferen. De gegevens worden in een database gebracht welke alle stenen van het Joodse Gemeente Groningen omvatten. Zo kunnen we straks zien wie er begraven ligt, welke begraafplaats, welke rij en welke plaats. Dit alles compleet met een foto van de grafsteen. De database is ook uit te breiden tot de gehele provincie. Maar of ik dat nog zal meemaken is een open vraag. De werkzaamheden waar we nu mee bezig zijn verschaffen een bron van inspiratie en een warm gevoel naar de levendige geschiedenis van onze voorouders in de stad Groningen.
Van de vroegste geschiedenis, zoals beschreven door E. Schut in 'De Joodse Gemeenschap in de stad Groningen', tot het heden vindt men op de begraafplaatsen terug. Helemaal nu we het zonder archief van de Joodse Gemeente moeten stellen. Dit is immers in de Tweede Wereldoorlog vernietigd en slechts fragmentarisch teruggevonden. Daarom is het me een cowed (eer) om me hiermee bezig te houden en onze voorouders met de verschuldigde eerbied weer in gedachten te laten herleven.
René S. de Vries.
|
|
|